Wereldsheid

Wereldsheid – De majesteit van Christus in onze vergelijkingen
Wereldsheid is heel eenvoudig een grotere focus hebben op de dingen van deze wereld dan op Christus en Zijn eeuwige Koninkrijk. Paulus overwon zijn eigen wereldsheid door Christus in het juiste perspectief te plaatsen:

"Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen." (Filippenzen 3:7-8)

Wereldsheid – Waarden vergelijken
Wat betreft wereldsheid kunnen we het alledaagse idee van waarde-vergelijkingen gebruiken: de waarde van jouw auto in vergelijking met de waarde van de auto die de dealer aan jou probeert te verkopen; de waarde van een duurder huis in de stad tegenover de waarde van een huis in de buitenwijken dat verder van je werk afligt; of de waarde van je opleiding en ervaring in vergelijking met het aanbod van een potentiële werkgever. Men zegt wel dat de waarde van iets bepaald wordt door wat iemand bereid is ervoor te betalen. In de sportwereld is dit zeker een waarheid gebleken, gezien de vele miljoenen die sommige spelers verdienen.

Het is soms verbazingwekkend welke dingen wij waardevol achten, omdat waarde niet altijd bepaald wordt door de marktprijs. Een kapot horloge dat ooit van je grootvader was, een geliefkoosd boek dat je graag aan je kinderen voorlas toen ze klein waren, of een foto waarop je met je moeder te zien bent vlak voordat zij stierf; deze hebben allemaal een waarde die niet monetair van aard is. Hoewel sommige werknemers liever een hoger salaris hebben dan een bepaalde titel, geven sommigen toch de voorkeur aan de titel. En hoewel sommige werkgevers liever een werknemer hebben met veel ervaring dan met een lange opleiding, zijn er genoeg werknemers die liever mensen met een goede opleiding maar zonder ervaring hebben. Soms wordt waarde toegekend aan de verkeerde dingen. Toen ik ongeveer acht jaar oud was (in 1961) had ik een schoenendoos vol met voetbalplaatjes die ik enkele jarenlang had verzameld. Ik had ook zo'n twee- tot driehonderd oudere plaatjes die ik gekregen had van een oudere jongen in onze gemeente. Toen we moesten verhuizen, kreeg ik te horen dat ik niet alles mee kon nemen en dat ik dus moest kiezen wat ik wilde houden en wat ik wilde weggooien. Ik had ook een verzameling stenen (omdat ik een wetenschapper wilde worden en daarom van fossielen hield). Ik had een flinke verzameling “verbazingwekkende staaltjes” verzameld. Bovendien verzamelde ik kleine plastic dinosauriërs en ik wist van elk dier de correcte naam (dankzij de wetenschapper in mij!). En ik had verder een kleine doos vol met kleine juwelen. In die tijd was ik niet echt geïnteresseerd in voetbal, dus je raadt het al: ik gooide de voetbalplaatjes in de vuilnisbak. Ik heb me vaak afgevraagd hoeveel die soms zeldzame voetbalplaatjes nu waard zouden zijn geweest. Maar gelukkig heb ik nog steeds mijn steentjes en plastic dinosauriërs!

Wereldsheid – Wat is werkelijke rijkdom?
Saul, die later de Apostel Paulus werd, had veel dingen die hij waardevol achtte. Hij was een Hebreeër uit de stam van Benjamin. Hij was bijzonder intelligent, een godsdienstig leider, een Farizeeër en waarschijnlijk een lid van het Sanhedrin, de hoogste raad van de Joden. Net als de meeste mensen in een dergelijke positie werd hij volgens de standaarden van die tijd waarschijnlijk als een rijk mens beschouwd. Hij was ijverig voor God, zo ijverig zelfs dat hij onvermoeibaar probeerde om de mensen van “de weg” uit te roeien. En natuurlijk is er die verbazingwekkend uitspraak in Filippenzen 3:6: “...en heb de gemeente fanatiek vervolgd. Aan wat er in de wet over gerechtigheid staat, voldeed ik volledig.” Wat een uitspraak! Paulus stelde dat hij volledig voldeed aan de Oudtestamentische Wet. Er bestaat weliswaar enige discussie over wat Paulus hiermee precies bedoelt, maar ongeacht hoe je dit precies interpreteert, het is indrukwekkend! Als Saul op deze koers was verder gegaan, dan zou zijn faam en goede naam ongetwijfeld in het hele land bekend zijn geworden en had hij in Israël een gemakkelijk en comfortabel leventje kunnen leiden. Maar in Handelingen 9:3-5 lezen we hoe op een zekere dag het leven van Saul op de weg naar Damascus volledig veranderd werd.

“Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’ Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’”

Op deze stoffige weg naar Damascus ontmoette Saul Jezus. Je kent het verhaal wel dus ik zal er niet te diep op ingaan, maar het eindresultaat was dat Saul (wiens naam veranderd werd in Paulus) door Jezus werd geroepen om de Apostel tot de heidenen te worden. Als hij gehoor zou geven aan deze roeping, dan zou dat betekenen dat hij alles wat hij in zijn leven had de rug zou moeten toekeren. Hij zou door zijn familie onteigend worden en zijn vrienden verliezen. Hij zou zijn positie als religieus leider en als Farizeeër verliezen en zou onder de Joden geen machtspositie meer bekleden. Zijn naam zou geruïneerd worden en in plaats van te jagen op de mensen van “de weg”, zou hij zelf de prooi worden. Het houden van alles “wat er in de wet over gerechtigheid staat” zou niets meer betekenen. Paulus zou moeten afzien van alles wat hij bezat. Alle mensen die van hem hielden zouden hem in de steek laten en alles wat hij ooit gepresteerd had zou vergeten worden.

Toen Paulus Jezus ontmoette, werd hij net zo vurig voor Christus als hij voorheen voor de Farizeeërs was geweest. Hij verloor inderdaad alles wat hij had kunnen verliezen door gehoor te geven aan de roeping om een dienaar van God te worden. Maar in de Schrifttekst waar we dit artikel mee begonnen zien we de houding van Paulus ten opzichte van al die dingen die hij kwijt was geraakt. De meesten van ons zouden in die situatie neigen naar zelfmedelijden, depressief raken of op zijn minst tegenover God beginnen te klagen. Maar Paulus zegt hier: “Alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen...” Paulus beschouwde alles wat hij verloren had als afval of vuilnis of “drek” (zoals de Statenvertaling het zo mooi zegt). Hij bekeek alles wat hij ooit had liefgehad, alles wat hij ooit had gehad, alles wat hij ooit had gepresteerd en alles wat hij had kunnen verkrijgen als leider over Israël. Hij vergeleek deze dingen met Jezus en concludeerde dat al deze dingen dan waardeloos waren. Hij gaf graag alles op voor de kennis van Christus en zijn relatie met Hem!

Wereldsheid – Onze kleine schatten opgeven
Veel mensen verwerven nooit de vrijheid om God te dienen vanwege hun wereldsheid – een onwilligheid om de majesteit van Jezus te vergelijken met de dingen van deze wereld. Soms zijn het familiebanden, een goede baan, een lange termijn-plan dat tot een goed pensioen zal leiden, of gewoon financiële zekerheid. Er zijn veel dingen waar op zichzelf niets mis mee is. Maar wanneer deze dingen vergeleken worden met de eeuwige Christus, dan zouden wij deze als verlies moeten beschouwen, net zoals Paulus deed. Waarom is het voor ons toch zo moeilijk om onze kleine, aardse schatten op te geven? Waarom klampen wij ons zo wanhopig vast aan dingen die slechts tijdelijke waarde hebben? Misschien is het wel omdat we nooit de tijd hebben genomen om hun waarde te vergelijken met de waarde van het kennen van de majesteit van Christus. Er wordt wel eens gezegd dat God je nooit zal vragen om iets waardevols op te geven, zonder je daarvoor iets veel beters in de plaats te geven. Ik geloof dat dat waar is. Het is mogelijk dat je de opbrengst daarvan niet in dit leven zal oogsten. We zullen de eeuwigheid samen met Hem doorbrengen en Paulus vertelt ons in 1 Korintiërs 2:9 hierover: “Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.” Omdat wij “in de tijd” leven is het moeilijk om de zaken vanuit het perspectief van de eeuwigheid te bekijken. Maar we moeten ons realiseren dat elke tijdelijke, aardse beslissing die wij nemen onze eeuwigheid zal beïnvloeden. Daarom zegt Jakobus: “U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet. U bent immers maar damp, die heel even verschijnt en dan al verdwijnt” (Jakobus 4:14). Wat zijn onze korte jaren op aarde in vergelijking met de eeuwigheid? Wat zijn onze aardse schatten in vergelijking met de heerlijkheid van Christus? Als wij vrij willen zijn om God te dienen, dan moeten we bevrijd worden van onze wereldsheid en ons scherp bewust worden van de majesteit van Christus in onze vergelijkingen. Ik spoor je aan om de dingen te kiezen die een blijvende waarde hebben, in plaats van de dingen waarvan de waarde spoedig zal vervagen!

Leer meer!

Met toestemming ontleend aan het boekje "Free to Serve God: 7 Principles Every Believer Should Know", door James O. Jones, Jr. (Light of Life Ministry, herdruk 2009). Met dank aan James O. Jones, Jr. en Light of Life Ministry. Alle rechten voorbehouden in het origineel.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen